0
Mijn Kazou login

Nieuws

Terug naar overzicht

Vrijwilligers met grote honger: vier op een rij

 
Vier op een rij

Fenomenaal en geniaal. Dat zijn al minstens twee adjectieven die van toepassing zijn op onze vrijwilligers. Ons legioen, dat afgelopen zomer 7000 M/V sterk was, offerde opnieuw een stukje van haar zomer op om de vele duizenden kinderen en jongeren een spetterende vakantie te bezorgen. Onder die bezige bijen bevonden zich ook enkele vlijtige mieren die er maar niet genoeg van konden krijgen. Zij stapten maar liefst vier keer op een bus voor een groot avontuur. En daar hadden ze zo hun redenen voor. Vakantieverantwoordelijken Caro en Eva vertellen ons waarom.

 


‘Kazouvakanties zijn voor mij altijd een leuke ervaring. Op het einde van een vakantie heb ik altijd het gevoel dat we iets goed hebben gedaan. Bovendien leer je er ook heel veel leuke mensen kennen’, zegt Caro Borstlap (23) van Kazou Antwerpen. In 2017 blaast Caro 30 kaarsjes uit, want dan viert ze haar dertigste Kazouvakantie. ‘Iedere vakantie moet een feest zijn waar de kinderen nog jaren op moeten kunnen terugkijken’, antwoordt ze op de vraag wat een Kazouvakantie moet zijn. Haar tofste vakantiemoment? ‘We hadden in Cesenatico (Italië) op de laatste dag een gsm van een deelnemer gevonden en we hadden daar met de monitoren stiekem een aantal selfies mee genomen. De volgende dag zagen we een van die foto’s op Instagram verschijnen met als ondertitel ‘de beste moni’s ooit’. Dat was heel plezant om te lezen.’


‘Het was niet echt het plan om vier vakanties te doen, maar het is zeer goed meegevallen’, vertelt Eva Mertens (21) van Kazou Limburg. ‘Iedereen moet zich kunnen thuis voelen op een Kazouvakantie en daar doen we dan ook altijd alles aan.’ Of ze Kazou kan omschrijven in drie trefwoorden? ‘Plezier, vriendschap en vakantie’, zegt ze alsof ze het finalespel van ‘De Slimste Mens ter Wereld’ moet spelen. Ook over haar leukste vakantieherinnering moet ze niet lang nadenken. ‘Ondanks het slechte weer was er toch nog een fantastische groepssfeer en dat vond ik wonderbaarlijk. Zonder mijn al even fantastische moniploeg was dat niet gelukt.’